Nieuwsbericht
Reddingboot Koningin Juliana naar Terschelling
Donderdag 16 december, ik kom thuis van het Fort, m’n tweede hobby. “Marc heeft gebeld, de Koningin Juliana moet naar Terschelling op station, om bij ijsgang de reguliere reddingboot te kunnen vervangen. Of je meegaat, ze zijn de Koningin Juliana al aan het halen om hem klaar te maken voor langdurige afwezigheid”. Het eerste probleem heeft zich dan al aangediend; de GPS doet het niet. Natuurlijk wil ik mee, het is al weer even geleden dat we gevaren hebben.
Vrijdag om 8.30 uur is iedereen aan de Berghaven in het bemanningsverblijf (van de KNRM). Eerst allemaal een overlevingspak uitzoeken op zolder en daarna een flink pak sneeuw in het water vegen. Om half tien zijn we los. Boven de Waterweg en de Maasvlakte hangt een beste bui, waar even later enige bliksemflitsen uit komen, maar verder niets. Er is flinke wind, ongeveer 7 uit noordwest, dus dat belooft wat. Nauwelijks de haven uit begint het feest al. Het is afgaand water en de wind staat de Waterweg in, dat geeft een korte hoge golfslag tegen; door het overkomende water begint de laatste sneeuw al van het dek te spoelen. Buiten de pieren gaan we noord/noordoost voorliggen en begint het feest pas echt. De golven komen schuin van voren in en de Koningin Juliana danst dat het een lieve lust is. De boot is duidelijk in zijn element, maar de bemanning wat minder. Regelmatig, iedere minuut wel een keer, zien we de bolders op het voorschip boven de horizon en met bijna elke golf slingeren we van 45 graden over stuurboord naar 45 graden bakboord en dat binnen anderhalve seconde. Elke zesde of zevende golf duiken we zo diep in de volgende golf, dat het buiswater de stuurhut even volledig omarmt. Wat anders nooit gebeurt, is nu wel aan de orde; we zijn allemaal een beetje katterig en dat zal duren tot we in IJmuiden zijn, waar we een andere GPS moeten ophalen. Een keer of drie, vier lopen we een zware sneeuwbui in, maar met de radar op voldoende bereik en de dieptemeter aan kunnen we toch ongeveer evenwijdig aan de kust richting IJmuiden komen. Omdat de boot op station moet is het noodzakelijk dat er een GPS aan boord komt, want hoewel er ook kaarten aan boord zijn moet je er rekening mee houden dat je door eventueel slecht weer de kaart niet kunt gebruiken.
Het binnenlopen bij IJmuiden is een verademing; even een kwartiertje alleen golven achterin, na vier en een half uur slingeren en stampen. Op de kade staat Willem al min of meer te wachten. Hij denkt al door te hebben wat er met de GPS is en begint niet eens aan reparatie. Er gaat een andere in en na een klein uur zijn we weer onderweg. Eenmaal weer buiten lijkt de wind wat afgenomen, maar de golfslag is natuurlijk niet ineens minder, dus dat wordt weer een paar uur goed vast houden om niet teveel blauwe plekken op te lopen. Piet (of Koos) verdwijnt af en toe in de machinekamer om te kijken of alles nog goed gaat, en dat is het geval, zoals we gewend zijn. Tegen de tijd dat we in Den Helder, onze pleisterplaats, zijn begint de zee toch wat af te vlakken en als we om half acht vastleggen, hebben we al een klein uur de tijd gehad om wat bij te komen.
Na een voortreffelijk maal en een paar drankjes zijn we om half elf op de kamer om er om half acht weer te vertrekken. Het ontbijt moeten we meenemen omdat de zaal pas om acht uur open is, maar dat was gelukkig toch goed verzorgd, omdat de kok dat al bij iedereen voor de deur van de kamer klaargezet had. We moeten eerst nog even een kapotte zekering opzoeken, want de laatste vier uur hadden we geen slingerruit en geen roerstand aanwijzer. Gelukkig blijkt dat vrij snel te verhelpen en om half negen zijn we weg.
Het is een beetje nevelig, maar de radar en de GPS wijzen ons naar de volgende boei, als we vlak onder Texel langs richting Terschelling gaan. Het water is bijna vlak; de boot slingert of stampt nauwelijks en we schieten aardig op. We houden de lijn van de 10 meter diepte aan op weg naar het Schuitengat en lopen om ongeveer half twee de haven van Terschelling binnen om af te meren aan de drijvende steiger waar ook de Arie Visser ligt te wachten op een “actie”. De schipper en een aantal opstappers (mannen en vrouwen) van de Arie Visser komen in de loop van een paar minuten aanlopen en krijgen instructies over hoe de Koningin Juliana gebruikt moet worden en wat daar allemaal voor gedaan moet worden. Denk bijvoorbeeld aan olie peilen, dagtank vullen en buitenboord kranen openzetten.
Dan is het tijd voor een goed gesprek in het bemanningsverblijf. De overlevingspakken worden in de hoezen gedaan en blijven daar liggen tot we de boot weer gaan ophalen, maar dat zal wel maart worden. Dat was de heenreis. Ook over de terugreis met het openbaar vervoer valt het nodige te vertellen, maar laten we het er op houden dat we om negen uur op de boot naar Harlingen zaten en dat we na een hele zwerftocht per trein en bus door Nederland om half negen ’s avonds weer in Hoek van Holland waren.
Bron: Jan Rooney







