Spreekwoorden
Welke spreekwoorden ken jij?
Er zijn heel veel Nederlandse spreekwoorden die te maken hebben met de scheepvaart. Dit is niet zo vreemd want door de scheepvaart kwam de Nederlandse handel in de 17de eeuw tot grote bloei. Veel jongens van Jan de Wit werkten op zee.
Weet jij wat de volgende spreekwoorden en gezegden betekenen?
- Als een vlag op een modderschuit. = Iets moois bij iets lelijks, iets wat helemaal niet past.
- Driemaal is scheepsrecht. = Als het na twee keer nog niet is gelukt, dan lukt het wel de derde keer.
- Een knoop in je zakdoek leggen. = Je legt een knoop in je zakdoek om iets niet te vergeten.
- Schoon schip maken. = Iets oplossen of opruimen.
- Ergens voor anker gaan. = Gaan uitrusten.
- Die scheep is moet varen. = Als je eenmaal met iets begint moet je het ook afmaken.
- Bakzeil halen. = Terugkrabbelen, je verlies bekennen.
- Iemand van bakboord naar stuurboord sturen. = Iemand van het kastje naar de muur sturen.
- Ergens tussen schipperen. = Soms moet je wat toegeven om je doel te bereiken.
- Een schip met zure appelen. = Onweer op komst.
- Een oogje in het zeil houden. = Alles in de gaten houden.
- Kapers op de kust. = Er zijn anderen die dezelfde plannen hebben.
- Geen zee gaat hem te hoog. = Nergens bang voor zijn.






